Arabische literatuur

Arabische literatuur ontstond in de zesde eeuw. Voor die tijd verschenen slechts fragmenten van de geschreven taal. Het was de Koran in de zevende eeuw die het grootste blijvende effect zou hebben op de Arabische cultuur en haar literatuur. De Arabische literatuur bloeide tijdens het islamitische gouden tijdperk tussen de 8e en 14e eeuw. Het bekendste werk uit de wereldliteratuur dat ontstond in deze periode zijn de Vertellingen van Duizend-en-een-nacht. De vertaling van Antoine Galland van deze compilatie was het eerste grote werk in het Arabisch dat buiten de moslimwereld veel succes had.

Poëzie

Een groot deel van de Arabische literatuur vóór de twintigste eeuw is in de vorm van poëzie, en zelfs proza uit deze periode bevat stukjes poëzie of is in de vorm van saj of berijmd proza. De thema's van de poëzie variëren van hoogdravende hymnes tot bittere persoonlijke aanvallen, en van religieuze en mystieke ideeën tot gedichten over seks en wijn. Een belangrijk kenmerk van de poëzie dat op alle literatuur zou worden toegepast, was het idee dat het aangenaam voor het oor moest zijn. De poëzie en veel van de prozawerken werden geschreven om luidop te worden uitgesproken, en er werd dan ook grote zorg besteed om de teksten zo vloeiend en welluidend mogelijk te maken. Zo betekende "saj" oorspronkelijk het '(welluidende) koeren van een duif.

Roman

Een gemeenschappelijk thema in de moderne Arabische roman is de studie van het gezinsleven, met name over de uitgebreide familie binnen de Arabische wereld. Veel romans over kleinschalige familiedrama's spelen zich af tegen een achtergrond van politieke conflicten en oorlog. De werken van Naguib Mahfouz verbeelden het leven in Caïro. Met zijn Cairo Trilogie, waarin de worstelingen van een moderne Cairene-familie over drie generaties worden beschreven, won hij in 1988 de Nobelprijs voor literatuur. Hij was de eerste Arabische schrijver die deze prijs won.

Toneel

Modern Arabisch toneel begon in de negentiende eeuw, voornamelijk in Egypte, en werd vooral beïnvloed door Franse voorbeelden. Pas in de twintigste eeuw begon het een duidelijke Arabische identiteit te ontwikkelen. De belangrijkste Arabische toneelschrijver was Tawfiq al-Hakim. Zijn eerste toneelstuk was een hervertelling van het koranverhaal van de zeven slapers en het tweede een epiloog voor de duizend en één nachten. Andere belangrijke dramaturgen in de regio zijn Yusuf al'Ani van Irak en Saadallah Wannous van Syrië.